|
Sommige mensen hebben er een handje van om met een air van bijbelgetrouwheid het gedrag van andere gelovigen te kleineren met de woorden: “Dat is religie!” Natuurlijk ten nadele van de eigen – vanzelfsprekend bescheiden – zo hoog geprezen geestelijkheid. En zo creëert men een schijnbare tegenstelling tussen de zogenaamde geestelijke- en religieuze mens. Deze tegenstelling roept bij mij de vraag op wat de Bijbel nu eigenlijk zegt over religiositeit? Wanneer ik het woord ‘religie’, ‘religieus’ of ‘religieuze’ intik in mijn digitale concordantie, dan blijkt dat het woord helemaal nergens in de Bijbel voorkomt. Dat klopt ook wel, want het is een woord dat is afgeleid van het Latijnse woord ‘relegio’. Dit heeft te maken met gevoelens en gedachten met betrekking tot de zin van het leven, met spiritualiteit. Dit laatste is alweer een Latijnse term, die letterlijk vertaald ‘geestelijkheid’ betekent. Zo zien we dat deze schijnbare tegenstelling, waar mensen zichzelf mee verhogen, ten koste van een ander, geen tegenstelling is, maar dat het om synoniemen gaat, verschillende woorden met dezelfde betekenis, alleen de persoonlijke gevoelswaarde is blijkbaar anders.
Wanneer ik het woord ‘geestelijk’ intik dan verschijnen er wel allerlei verzen. De Bijbel gebruikt geestelijk als tegenstelling tot vleselijk, waarbij vleselijk op een lager plan wordt gewaardeerd. Nergens ontdekken we geestelijk als tegenstelling van religieus en religieus kan ook niet als vleselijk beschouwd worden.
1 Kor.3:1 "En ik, broeders, kon niet tot u spreken als tot geestelijke mensen, maar slechts als tot vleselijke, nog onmondigen in Christus."
Verder valt me direct het volgende vers uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs op:
1 Kor.10:1-4 "Want ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee heengingen, allen zich in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee, allen hetzelfde geestelijke voedsel aten, en allen dezelfde geestelijke drank dronken, want zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen medeging, en die rots was de Christus."
Het volk Israël at geestelijk voedsel, dronk geestelijke drank uit een geestelijke rots en die rots was de Messias. Wanneer we dit geestelijk begrijpen en dus overdrachtelijk, dan gaat het hier om Tora. Tora is immers geestelijk voedsel en geestelijke drank vanuit de Allerhoogste en uit wie komt Tora voort? Uit Jesjoea de Messias van Israël, de Rechterhand van de Vader.
Joh.1:1 In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Dit was in den beginne bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. 4 In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen;
Gaat het hier in 1 Kor.10 letterlijk om water en manna? Is water geestelijk? Is manna geestelijk? Zowel water als manna zijn tastbare zaken, het moet hier dus om iets anders gaan. Laten we naar de tijd van Israël in de woestijn gaan. Wie wordt er dan aangeduid met de Rots?
Deut.32 :15 Toen werd Jesurun vet, en sloeg achteruit, vet werd gij, dik en vet gemest, en hij verwierp God, die hem gemaakt had, hij minachtte de Rots van zijn heil. [tsoer jesjoeato]
De Eeuwige wordt de Rots van Israëls heil (tsoer jesjoeato) genoemd, de Rots wiens werk volkomen is.
• Deut.32: 3 want ik zal de naam des Heren uitroepen; geeft grootheid onze God, 4 de Rots wiens werk volkomen is [ha tsoer tamiem], omdat al zijn wegen recht zijn; een God van trouw, zonder onrecht, rechtvaardig en waarachtig is Hij
De godheid wordt ook in het algemeen een rots genoemd, maar de Rots van Israël is buitengewoon!
Deut.32:31 Want hun rots is niet als onze Rots, onze vijanden mogen zelf oordelen.
De Eeuwige een Rots noemen is ook typisch iets uit de Psalmen van David:
• Psalm 18:2 Here, mijn steenrots[ sloï] mijn vesting en mijn bevrijder, mijn God, mijn Rots [ Eli tsoeri], bij wie ik schuil, mijn schild, hoorn mijns heils, mijn burcht • Psalm 18:31 Want wie is God behalve de Here, wie is een rots [ tzoer] buiten onze God? • Psalm 18:46 De Here leeft. Geprezen zij mijn Rots [tsoeri], en verhoogd zij de God mijns heils, • Psalm 19:14 Mogen de woorden van mijn mond en de overleggingen van mijn hart U welgevallig zijn, o Here, mijn rots en mijn verlos-ser [tsoeri oe’gali],. • Psalm 28:1 Van David. Tot U roep ik, Here, mijn rots [tsoeri]; • Psalm 31:2 neig uw oor tot mij, red mij haastig. Wees mij tot een beschuttende rots [le tsoer maoz],, tot een sterke ves-ting om mij te redden; • Psalm 31:3 want Gij zijt mijn steenrots [sloï], en mijn ves-ting, • Psalm 42:9 Ik wil tot God, mijn rots [sloï], zeggen: • Psalm 62:2 waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet te zeer wankelen. [tsoeri we jesjoeati] • Psalm 62:6 waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet wankelen [tsoeri we jesjoeati] • Psalm 62:7 Op God rust mijn heil en mijn eer, mijn sterke rots [tsoer ozi] , mijn schuilplaats is in God • Psalm 71:3 Wees mij tot een rots ter woning [le tsoer ma oen], waarheen ik bestendig kan gaan, die Gij beschikt hebt tot mijn redding, want mijn rots [sloï] en mijn vesting zijt Gij. • Psalm 73:26 mijns harten rots [ tsoer levavi] en mijn erfdeel is God voor eeuwig. • Psalm 78:34 Als Hij hen doodde, dan vroegen zij naar Hem, bekeerden zich en zochten God, 35 en gedachten, dat God hun rots[ tsoerim] was, en God, de Allerhoogste, hun verlosser. • Psalm 89:25 Hij zal tot Mij zeggen: Gij zijt mijn Vader, mijn God en de rots van mijn heil. [tsoer jesjoeati] • Psalm 92:15 om te verkondigen, dat de Here waarachtig is, mijn rots [ tsoeri], in wie geen onrecht is • Psalm 94:22 Maar de Here was mij tot een burcht, en mijn God de rots mijner toevlucht [le tsoer machsi]; • Psalm 95:1 Komt, laat ons jubelen voor de Here, juichen ter ere van de rots onzes heils. [ tsoer jesjanoe] • Psalm 144:1 Van David. Geprezen zij de Here, mijn rots [tsoeri], die mijn handen oefent ten strijde, mijn vingers tot de krijg.
Opvallend is dat we een aantal malen de Rots tegen komen in combinatie met een vorm van ‘jesjoea’: de Rots van mijn heil. Heel bijzonder dat we in deze Rots de naam van Jesjoea de Messias tegenkomen. Zijn naam betekent immers: Heil, redding en verlossing. We kennen Hem ook met de naam Heiland. De Bijbel leert ons dat de Messias Gods rechterhand is, de uitvoerder van zijn plannen.
In de woorden van Jesjoea ontdekken we dat gehoorzaamheid aan Tora over-eenkomt met bouwen op de Rots.
Matth.7:21 Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders [GW: Tora], die in de hemelen is.22 Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? 23 En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid. 24 Een ieder nu, die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig man, die zijn huis bouwde op de rots .
Terugkomend op het geestelijke voedsel uit 1 Kor.10 ontdekken we in Psalm 19:9 een vergelijking tussen de verordeningen van De Eeuwige en honing.
Psalm 19:9 De vreze des Heren is rein, voor immer bestendig; de verordeningen des Heren zijn waarheid, altegader rechtvaardig.10 Kostelijker zijn zij dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig, ja dan honigzeem uit de raat
Wat er beter voedsel dan honing? Dit supervoedsel wordt vergeleken met de verordeningen des Heren. Ach het is immers zo duidelijk dat de wet geestelijk is. Deze komt immers rechtstreeks van de Geest van God.
Rom.7: 14 Wij weten immers, dat de wet geestelijk is; ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde.
Is het niet bijzonder dat de eerste Actie die we te lezen krijgen over de jonge Jesjoea het bezoeken van de Tempel is. Je zou kunnen zeggen het huis van Tora. En hoe komt hij daar? Door de Geest. En wat doet hij daar?Hij gaat in gesprek met de schriftgeleerden over Tora.
Luc.2: 27 En hij kwam door de Geest in de tempel.
Rom.8:3 Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees; God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, 4 opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest. 5 Want zij, die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, en zij, die naar de Geest zijn, hebben de gezindheid van de Geest.
Wat lezen we hier? We lezen hier dat de wet in een vleselijk mens niet tot zijn recht komt, maar in een geestelijk mens daarentegen wel degelijk.
Tora wordt eveneens vergeleken met water, met levend water, ontspringend uit de bron van het heil (Mayaan Jesjoea).
Jesaja 12: 3 Dan zult gij met vreugde water scheppen uit de bronnen des heils. [majaan ha jesjoea]
Ezech.47:1 Toen bracht hij mij terug naar de ingang van het huis; zie, er stroomde water onder de drempel van het huis uit, oostwaarts, want de voorzijde van het huis was op het oosten; het water vloeide onder de rechter zijkant van het huis vandaan, ten zuiden van het altaar. Zach.14:8 Dan zullen te dien dage levende wateren uit Jeruzalem vlieten, de helft daarvan naar de oostelijke en de helft naar de westelijke zee; in de zomer zowel als in de winter zal dat geschieden. Joël 3:18 Te dien dage zal het geschieden, dat de bergen van jonge wijn zullen druipen en de heuvelen van melk zullen vloeien en alle beken van Juda van water zullen stromen; een bron zal ontspringen uit het huis des Heren en zal het dal van Sittim drenken Openb. 22:1 En hij toonde mij een rivier van water des levens, helder als kristal, ontspringende uit de troon van God en van het Lam.
Wanneer het niet duidelijk is dat het water hier staat voor Tora, dan zal ik dat proberen uit te leggen. Wat lag er in de tabernakel? Wat stond centraal? In het Heilige der Heiligen stond een Aron haKodesj, een Heilige Ark met daarin de twee stenen tafelen (Tora).
1 Kon.8:9 Er was niets in de ark dan alleen de twee stenen tafelen die Mozes op Horeb erin gelegd had, de tafelen van het verbond dat de Here met de Israelieten gesloten had, bij hun uittocht uit het land Egypte
We slaan nu even een heel stuk geschiedenis over en gaan naar de eindtijd.
Jesaja 2:2 En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des Heren vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen 3 en vele natien zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem.
Wat stroomt er uit de tempel? Wat stroomt er uit de berg Sion? Een rivier! En wat is die rivier? Dat is het Woord van God, dat is Tora. Tenslotte wil ik nog ingaan op datgene waarop, naar ik veronderstel, de gecreeerde tegenstelling is gebaseerd. Waarschijnlijk gaat men er van uit dat de religieuze mens een mens is van uiterlijkheden. Wanneer dit zo is, dan is dit tegelijk een vooronderstelling, die men wel zal moeten verifiëren.
2 Kor.5:12 Wij prijzen ons niet opnieuw bij u aan, maar wij geven u gelegenheid tot roem over ons, opdat gij niet verlegen staat tegenover hen, die roem zoeken door uiterlijkheden maar niet door het hart.
Een vraag ter verdieping? Is de tempeldienst een dienst van uiterlijkheden en dus ongeestelijk, of is de tempeldienst ten diepste geestelijk? Wanneer dit met ja wordt beantwoord, dan ontstaat er toch wel een groot probleem. De tempeldienst komt voor uit de Grote Geest van de Allerhoogste, uit de Heilige Geest. En kijk eens naar het effect van die tempeldienst. Wie heeft dat in deze tijd meegemaakt? Wat en aanwezigheid van de Heilige Geest.
Ex.40:34 En de wolk bedekte de tent der samenkomst, en de heerlijkheid des Heren vervulde de tabernakel, 35 zodat Mozes de tent der samenkomst niet kon binnengaan, want de wolk rustte daarop, en de heerlijkheid des Heren vervulde de tabernakel.
1 Kon.8:9 Er was niets in de ark dan alleen de twee stenen tafelen die Mozes op Horeb erin gelegd had, de tafelen van het verbond dat de Here met de Israelieten gesloten had, bij hun uittocht uit het land Egypte. 10 Toen de priesters uit het heiligdom naar buiten traden, vulde een wolk het huis des Heren, 11 zodat de priesters vanwege de wolk niet konden blijven staan om dienst te doen, want de heerlijkheid des Heren had het huis des Heren vervuld.
Zijn uiterlijkheden niet juist bedoeld om het geestelijke te verduidelijken? Ik wil er een paar noemen: 1. DE RING: Waarom geef ik mijn vrouw een ring als ik met haar trouw? Kan het er zonder? Ja natuurlijk wel, maar het steun. 2. DE DOOP DOOR ONDERDOMPELING: De onderdompeling is de uiterlijkheid van een geestelijk gebeuren, maar is de doop daarom niet nodig? 3. BROOD & WIJN: Het brood staat volgens Jesjoea voor zijn vlees en de wijn staat voor zijn bloed. Brood en wijn zijn dus uiterlijkheden van een geestelijk gebeuren. Kunnen het breken van het brood en het drinken van de wijn dan wel overslaan, omdat het uiterlijkheden zijn? 4. TALLIET: waarin verschilt het dragen van een talliet met tzietziet van de vorige drie voorbeelden? 5. Num.15:38 Spreek tot de Israelieten en zeg tot hen, dat zij zich gedenk-kwasten (tzietziet) maken aan de hoeken van hun klederen, van geslacht tot geslacht, en dat zij in de gedenkwasten aan de hoeken een blauwpurperen draad verwerken
6. En zo zouden we nog vele andere voorbeelden kunnen noemen.
Zou het zo kunnen zijn dat we datgene waar we niet mee opgegroeid zijn voor het gemak maar uiterlijkheden noemen en onze eigen uiterlijkheden geestelijk? Dan is deze gecreëerde tegenstelling niet meer dan camouflage.
Gerard Wijtsma 01-05-2012
|